Docenten en taalcoaches

Deze leergang is gericht op de Nederlandse spreektaal en de communicatieve functies daarvan. De boeken Conversational Dutch 1 en 2 bevatten alle componenten die de leerder in staat stellen deel te nemen aan een gesprek in het Nederlands. Het leerproces is steeds hetzelfde:

  1. de theorie begrijpen;
  2. deze verwerken via oefeningen;
  3. dezelfde oefeningen met de audiofiles memoriseren in de juiste uitspraak en intonatie.

De inhoud is rijk

De woordvolgorde staat centraal, maar ook alle andere grammaticale onderwerpen komen aan bod. Er is veel aandacht voor de communicatieve intenties en culturele dimensies van de spreektaal; de woordenschat en alle frequente routines komen allemaal aan bod. Veel van de aangeboden stof is nieuw. Zo vind je de zeven regels van de woordvolgorde die ook voor Nederlanders interessant kunnen zijn. Daarnaast is de systematische aandacht voor communicatieve uitingen innovatief.

Het eindniveau

De methodiek bevat geen voortgangstoetsen of een eindtoets. De reden is tweeledig:

  1. het echte examen speelt zich af in het leven buiten de school;
  2. examens hebben als vervelende bijwerking dat het examen het einddoel wordt in plaats van het spreken in het echte leven.

Indien toch toetsing is gewenst, dan zijn de audiofiles een mogelijkheid.

Volgens het Europese CEFR, is, na doorwerking van de methodiek, een B1-eindniveau te behalen. Veel van mijn cursisten zijn overigens al na Conversational Dutch 1, op de helft, in staat om Nederlands met Nederlanders te spreken omdat ze dan inmiddels het systeem van de taal begrijpen.

De methodiek is even wennen want het is een totaal andere manier van lesgeven. Maar eenmaal onder de knie, wil je niet anders. Je cursisten doen lekker mee en gaan met een lach je les uit. Bovendien leren ze heel snel Nederlands te praten.

Hoe te gebruiken?

De methodiek kan gebruikt worden als aanvulling op de bestaande methodieken maar kan ook prima zelfstandig als leergang worden ingezet, in een klas, maar ook in een één-op-één situatie. De docent of de taalcoach hoeft in principe geen extra materiaal te ontwikkelen. Wel wordt aanbevolen naast het boek discussies te voeren en de cursisten te stimuleren buiten de les Nederlands te spreken.

De theorie is in het Engels geschreven om geen extra obstakel voor de leerder op te werpen, maar de docent kan natuurlijk vanaf het begin Nederlands spreken of beginnen in het Engels en geleidelijk aan overgaan tot het Nederlands.

De cursist zal zelf veel aandacht zelf moeten besteden aan het uitbreiden van zijn woordenschat, door te lezen, door woorden te zoeken op internet of door apps als Duolingo.

Let’s talk!

Hoe zet je een discussie in de klas op? Ook hier kun je een simpele werkvorm hanteren: de docent brengt een aansprekend thema – liefst ontleend aan de actualiteit- in, en de cursisten krijgen 5-10 minuten de tijd om een paar zinnen hierover op te schrijven. Om de beurt vertellen ze wat ze hebben geschreven waarna de anderen vragen stellen. De docent corrigeert de zinsconstructie door de foute zin correct te herhalen en/ of op te schrijven maar kan natuurlijk ook ingaan op de inhoud van het vertelde. In de Nieuwsbrief vind je steeds nieuwe en verrassende discussiethema’s.

Hans den Dikken

Na een paar weken zie je ineens de kracht van deze methode. En dat het werkt! Heel knap hoe Heleen Polter de codes heeft weten te kraken die het verwerven van de Nederlandse taal aanmerkelijk versnellen. 

– Hans den Dikken, docent NT2